Het leer van de bal van Caesar Cruijff beroerde bij het vallen van de namiddag het enige grasveld dat Wartburgia nog rijk is. De grashysterici zouden hier liever het woord ‘arm’ willen zien staan, maar uit zeldzaam gedegen wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gras slechts 0,0007% beter speelt. En daarenboven: groen is groen. Net zoals zwart zwart is en wit wit. Je bent toch van Zeus los als je dit zou ontkennen. En iedereen weet ook: dimidium facti, qui coepit, habet.  Maar helaas, de homeopathische verdunning was ook ons team binnengeslopen; wij moesten spelen met twee invallers, Kleo en Barbara vertroebelden onze reinheid. Gelukkig heeft Kleo zich tot één van ons opgewerkt door zich via Gleo aan onze beschaving te hebben verbonden, hoewel je Gleo een afvallige zou kunnen noemen maar vergeet niet dat ze voor zuiver nageslacht heeft gezorgd om de eerdergenoemde verdunning te lijf te gaan, letterlijk welteverstaan. Barbara bleek zich daarbij uitstekend te kunnen aanpassen, iets wat je niet van alle gastvoetbalsters kan zeggen; beiden bleken onze normen en waarden -Zeuszijdank- te verstaan zoals Cupido Aphrodite verstond.

Wij moesten aantreden tegen DVVA, de oosterlingen, de australe barbaren, de Carthagers onder de Amsterdamse voetbalvrouwen. Wij westerlingen, de boreale beschaving, de superieure suprematie, schier Romeinse triomfators, waren het aan onze verheven stand verplicht om hen met de grond gelijk te maken. Sola victoria satiat! En zo leek te gaan geschieden. De eerste helft toonden wij oppermachtig onze superioriteit wat resulteerde in een voortréffelijke treffer van ondergetekende op aangeven van grootse Geertje (het diminutiefsuffix is na de verkiezingsuitslag overigens wel op zijn plaats). In de rust roken wij al de overwinning; die weerloze wanpresteerders zouden wij wel even hun onderdanige plek wijzen. Maar: cito ignominia fit superbi gloria, en dat bleek maar weer. De arrogantie van het te vroeg fuifende kartel werd met een tsunami aan tegentreffers afgestraft: eerst 1-1, vervolgens 1-2 en ook de 1-3 lieten wij argeloos onze grens passeren. De australe asocialen plunderden ons leeg. En nu waren wij het die weerloos toekeken. Ondergetekende deed nog een verwoede poging onze wankelende eer te erecteren; met een door sommigen als ietwat zelfzuchtig bestempelde solo begeleidde uw verwonderingwekkende verslaggever de -voor ons deze wedstrijd behoorlijk balorige- bal in het vijandige net. Van alle doelpunten die deze wedstrijd vielen was dit toch wel de meest geniale. Allicht lag het aan de geleende schoenen van onze luisterrijke leider Annemarie, maar ik denk toch met name aan mijn sensationele ontzagwekkende haast majestueuze balgevoel.

Allicht denkt u nu: wat een narcistische dwaasheid. Maar zeg nou zelf, aimabele amici; hoe wij de overwinning uit handen gaven, dat neigt toch naar masochistische ketterij? Een manie vergelijkbaar met de doodscultus die ooit Paaseiland teisterde! Want wat gebeurde er hierna? Geen wederopstanding, geen Renaissance; we gaven het definitief weg, zij gaven met nóg een doelpunt de doodsteek zoals Justinianus ooit aan de Romeinse macht gaf. Alsof wij vonden: wij verdienen niet beter. Maar vanwaar toch, schroomvallige strijders? Het is pure oikofobie, pure zelfhaat! Neemt dus toch juist een voorbeeld aan Narcissus en leert daarbenevens van onze historie; wij vlogen niet met de vleugels van de uil van Minerva maar met die van de onfortuinlijke Icarus en derhalve rechtstreeks in de armen van Hades.

Ons team maakt deel uit van de Wartburgiaanse beschavingsfamilie, maar net als andere clubs van onze boreale wereld (zoals Ajax, Ajax en Ajax) worden we kapotgemaakt door de indoctrinatie van hen die ons juist zouden moeten beschermen. In de rust dachten wij halverwege de Olympus te staan, maar de wrange werkelijkheid wil dat we aan het eind van deze grasveldslag te midden van de onszelf veroorzaakte brokstukken wegkwijnden. Als karrensporen onder het asfalt, het is immers niet de eerste keer. Wij moeten nu boeten, zo papegaaien machtszoekende clubgenoten; echter, ik denk dat we ongehoorzaam moeten zijn en nu vooral voor elkaar moeten zorgen, vrouwen verstaan die taak per slot van rangschikkende rekening als de beste. Ik durf zelfs te beweren: als enige.

Zoals de onvolprezen wijlen Reve zijn correspondentie placht af te sluiten: ‘Moedig voorwaarts, niet versagen!’ Hoop mag bovendien nooit verloren gaan, die moeten we koesteren en veilig opgeborgen houden in de doos van Pandora. En laten we tot slot nooit vergeten: faber quisque fortunae suae. Geen oosters onmens dat dat van ons af kan pakken.

 

Sincere vestrum,

Jorrie Baudet

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s